2015 Sicilië

ZuidJe zal toch maar aanspoelen op het zuidstrand van Sicilië. De akkers lopen door tot aan de vloedlijn, hard graan, kogelronde aubergines, kaktusvruchten, yucca’s voor een zacht huidje, citroenen en knollen. Een ja-knikker haalt de olie naar boven, nu de -natuurlijke- aardbevingen de lagen nog niet hebben aangetast. Afrika komt met de snelheid van je haar- of nagelgroei dichterbij. De arabieren hebben al kwartier gemaakt: prachtige paleizen voor hun kalief, later dankbaar omgevormd tot kerk, kapel of klooster, de arabieren mochten mozaïeken en houtsnijwerk aanbrengen. Wat een cultuur!, moet de gestrande zwemmer denken, Griekse tempels, Romeinse villa’s van rijke lieden die hun genotzucht nu delen met hen die het willen zien, lekker vieze plaatjes in mozaïek gegoten. En fosfor in overvloed.

Even twee weken weg. Een slap aftreksel van een vakantie, want we wilden eigenlijk naar Nepal, een grote tocht maken. Door de aardbeving besloten we niet te gaan. Ook een reis naar Ecuador, de tweede keus, werd geannuleerd. Door omstandigheden. Dan maar een lastminute naar Sicilië. Iedereen wenste me sterkte (vanwege de te verwachten vluchtelingenstroom). Het was goed van eten en drinken en de mensen waren erg aardig.

Noord
Het Madonia- gebergte rijst op vanuit zee, een witte niet al te steile heuvel. Toch is ie nog best lastig te bedwingen. De zone onder de toppen bestaan uit een dicht woud met (steen)eiken, hulst, beuken en spaanse aken. Al snel is er geen pad meer en baan je je een weg omhoog. Onzeker, je weet niet echt of het de goede flank/dal is, of je de weg nog ooit terugvindt. Wilde zwijnen en herten zoeken een heenweg, duiven en grote roofvogels verlaten hun boom. De beloning is groot als je op open plekken uitkomt en het landschap zich uitstrekt. Je staat heel ergens anders dan waar je heen wou, maar het is nu overzichtelijk!
                                                                       .
Castelbuono
Castelbueno, een dorp net geen stad. Elk zaakje heeft nog net zijn eigen doelgroep en weet zijn bezoekers vast te houden, de natte droom van menig winkelhartontwerper in Nederland. Een middagje alleen er op uit.
Het wolwinkeltje blijft mijn favoriet: verkoopt diverse kleuren aan oudere dames maar is een verzamelplek voor de leuke jongeren, komt door de lieve Paquita die op de winkel past. De drankjes staan binnen handbereik en in de tuin wordt een lekker jointje gedeeld.

En om de 100 meter een sigarettenwinkel, Joanita lijkt wat inert en flegmatiek, maar stille wateren diepe gronden. Toeristen komen af en toe een ansichtkaartje kopen, ongeïnteresseerd wordt afgerekend. De deur naar de buitenwereld blijft stijf dicht.

Het Piazza Margherita wordt gevuld met een gezoneerd café: in het hart zit het kreeftkleurige toeristenstel, fysiek weer bijgetankt maar elkaar niets meer te zeggen. Het financiële hart van het terras. Daaromheen de schoolgaande bakvisjes met beugel, al smartphonend de nieuwste roddels over Fabricio en de ene espresso delend. 1 kus is genoeg om aan te schuiven. De buitencirkel bestaat uit mannetjes. Bij ons doen die de elektra en het dak, hier mogen ze al vanaf 50 zittend verder leven, verhalen vertellen.
De jongens voetballen voor de kerk, lekker stoeien onder elkaar. De mooiste jongen heeft zich afgescheiden, hij is versmolten met een prachtige minnares, op een bankje voor de kerk. Como caracoles.

Kom vooral niet op het terras van de Cin Cin Bar, sjagrijnige Tonio draait je een poot uit: de wijn is duurder en minder en minder lekker. Hij praat geen Italiaans terug maar Engels, brrrr. Andere Nederlanders vonden het hier tof! Leuke dame met overbodige man.

De kapperzaak, het zijn toch de mannen die hier verpozen en lekker lang, wachten op hun beurt, ook al duurt het een uur. En de vrouwen zijn juist zo fijn gekapt! Maar waar?

De zaak Frutissima is gesloten, ik had me er veel van voorgesteld.

De groenteboer is een familiebedrijfje. Tussen de middag (tot na vijven) gesloten, de kistjes met wat zeil afgeschermd. De groenten, citroenen en wat basilicum, die ik nodig had kreeg ik als cadeautje mee, met een lieve lach van de dochter.

De oude Octavio wil graag vrij doorgang op de drukke hoofdstraat. Hij steekt zijn hand op en loopt door. De allercharmanste deerntjes op hun scootertje giechelen er om. Ieder gunt elkaar zijn deel in het verkeer. Regels worden vooral niet nageleefd en dat doet goed.

De losse mensen, op hun balkonnetje of op straat, kijken me meewarig aan. Ik hoor er niet bij. Een lul met zak citroenen, tomaat en basilicum. Toerist, geen contact. Ik ben geen 18 meer dus.
Toch is het mijn stad, hier werd de eerste hardloopwedstrijd van Europa over de weg gehouden!

Eolische eilanden

Een werkende vulkaan, wat wil een geoloog nog meer? En een supersjiek romantisch hotel, wat wil een man nog meer? Het was nogal een klus om er terecht te komen, de kapiteins vonden de zee te ruig. Aeolus, god van de wind, boezemt sinds Homerische tijden nog altijd angst in. En na 6 uur varen eenmaal op Stromboli, vroeg de hotelbaas: “wat komen jullie doen.” Het hotel zat proppievol met Duitse belegen vrouwen die door de ruige zee het eiland al dagen niet afkonden. We werden ondergebracht in een b-hotel. Daar ging het romantische deel van de vakantie.
In navolging van Ingrid Bergman die de vulkaan opklom om zichzelf gehuld in giftige dampen opnieuw uit te vinden, nadat ze in haar rol met een vissersman maar in het het echie bezweken en bezwangerd was van de charmes van Passolini, klommen ook wij de vulkaan op. 900 meter in straf tempo omhoog, in gansenpas, zodat we net tijdens zonsondergang in de keel van de vulkaan konden staren, wachtend op spugend vuur. Dampen met scherpe obsidiaanscherven sloegen in ons gezicht. Na een half uur (oja, sorry) werden mondkapjes uitgedeeld. De grote vuurzee kwam niet, maar wel gedonder en andere imposante geluiden.
Met de benen tot de knieen in een puinlaag daalden we in het duister af naar zeeniveau. De zee was kalm, de vulkaan was kalm, het dorp was kalm.
                                               .
EtnaIk was wel eens op de top geweest, in maart 1988, maar meer dan mist en sneeuw heb ik toen niet gezien. Van de sneeuw was nog maar weinig over, de mist was hardnekkiger. Blijft imposant om door zulk recente landschappen te lopen, een paar jaar oude bergtoppen, dalen die 10 jaar geleden zijn opgevuld met een lavastroom, de berkjes en grassen komen juist weer op. Tip: bezoek ook eens de noordflank van de Etna, en nog iets noord(oost)elijker, vlak bij Taormina, Gole dell’Alcantara: basaltzuiltjes als reuzenspagetti.

Heerlijk gegeten in een restaurantje in the middel of nowhere. Gewoon laten verrassen en voor we het wisten stond de hele tafel vol met een voorgerecht met vis en zeevruchten: oesters en andere schelpen, gekke kreefjes, ingelegde visjes, gefrituurd spul. En voor het hoofdgerecht liet de gerant eerst wat verse vissen zien, mag ik deze voor u bereiden? Eenmaal bereid, liet hij het resultaat zien en vroeg of ie dit alvast uit elkaar mocht pulken, ontgraten, voor ons. Iedereen om ons heen zat te genieten en gemoedelijk te praten.
Plots werd het stil. Een dikke man met krulletjes op hoofd en borst, met 2 meter daarachter een russische vrouw met borsten, ze had verder een opvallend kapsel waarin zeewier was verwerkt, waggelden binnen, kregen een tafel en direct werden twee schalen met oesters gebracht en een paar kreefden getoond, of de gerant die mocht bereiden. In stilte werd gegeten: alleen in stilte proef je het eten het best. Er werd voornamelijk door de man gegeten, de vrouw had kennelijk een ander taakje onder het tafelkleed. Het stel was al snel klaar en reed in een best wel grote parelwitte audi heen. Het geroezemoes nam weer in volume toe en we genoten van ons toetje.

We verbleven in een landhuis bij een citroenenkweker. Mama maakte met haar dochters een maaltijd van de groenten en vruchten van hun land. Je mocht zelf ook meekoken. Een van de dochters ter huize sprak een paar woorden buiten de grens maar het was vooral heel erg onderdompelen in het Italiaanse leven. De hectiek van alledag bleek even weg te vallen. Maar uitgerekend hier trof ik onder de andere gasten op dezelfde avond een oud-collega, iemand met wie ik in een vorige baan zaken deed en een wethouder die gaat over een lopend project van mij, waar ik een paar dagen later op bezoek zou gaan en ook ging! Het weer, dat best om over naar huis te schrijven was, was de laatste dagen bar en boos en verbroederend rond de open haard en de dochter van de citroenboerderij: klotsende regen en onweer waardoor de stroom uitviel. ‘s Nachts om 4 uur deed de stroom het weer: keiharde muziek zwelde op. Tijd om naar huis te gaan. En tijd om dit verhaal te staken. Tenzij je nog van gruwel houdt, dan vertel ik nog even over hoe ik 8.000 doden in de ogen keek.

.
Gouden doden
Zowel in Napels als in Taormina kan je de mode door de eeuwen heen goed bestuderen, was het argument dat een collega mij gaf om Judith mee te krijgen naar dit excursiepunt.
In de capucijner kloosters kon je, eenmaal dood, worden bijgezet in de catacomben. Met een ijzerdraadje werd je dan in je nette kloffie aan de muur bevestigd. Als de kerk of god weet wie een remedie tegen de dood had gevonden, kon je ooit weer wegwandelen, moet het plan geweest zijn. En zo hangen daar dan nog steeds 8.000 doden uit vervlogen eeuwen aan een ijzerdraadje. Hun vel en haren nog grotendeels intact, maar toch had ik steeds het gevoel dat een lijk zich op mij zou storten. Omdat we toch al veel te veel ondernamen (het leek wel werk, waar was de vakantie?) had ik dit achteraf wel kunnen skippen. Verbrand mij maar.

2015 Het Zwarte Woud

het land
Altijd fijn om op zoek te gaan van de bron van een rivier, liefst een beroemde. En dat de eerste droppels dan uit een pre-alpien gesteente druipen. Deze week: de Donau. In het Zwarte Woud claimt elk dorp dat daar de Mooie Blauwe haar oorsprong heeft. De Von Fürstenbergjes maakten het helemaal bont door hun paleis om een kwelbron heen te bouwen (nu in verbouwing). Elk bronnetje aan de goede kant van de waterscheiding levert natuurlijk haar aandeel aan wat uiteindelijk als gore drab in de Zwarte Zee uitmondt. Back to Black.
Wat valt er nog meer te doen in het Zwarte Woud? Wandelen, “Ach so, dat wordt moeilijk als je niet van verstikkend bos houdt, dat hebben we namelijk boven op elke heuvel zo netjes aangeplant. Als er maar enig uitzicht te duchten valt, zetten we er weer een paar bomen bij”, zei Brunhilde, de dame van de VVV, uitgedost in wulpse Dirndl-jurk, waarvan het effect geheel tenietgedaan werd door een hoed met rode bolletjes en haar hyper-serieuze blik. Lachebekjes zijn de Duitsers niet. Wel kan je her en der nog de WeltKrieg-inspanningen van de vaderlandse strijders vereren, bijvoorbeeld op de Pyramide op de hoogvlakte van de Kander. Vanaf 1200 meter hoogte kijk je uit over de Rijn, Vogezen, de Alpen tot en met de Jungfrau en Monte Cervino, je kijkt dus over een heel land heen. Dat doet je als Duitser in crisistijden watertanden, ja das Land ist mein Land, that land is made for you and me.
Als je zo serieus bent, moet je ook over de juiste tijd beschikken. Dat nu, is naast de houtvesterij, het tweede speerpunt van het Zwarte Woud, klokken. De koekoeksklok is er uitgevonden en naar een hoger plan getild. Vertegenwoordigers liepen vroeger met grote klokken op hun rug, van dal tot dal hun houten uurwerken aan te prijzen. Toeristische klokkenroutes, musea en houtsnijwerk te kust en te keur. De kerken slaan elk kwartier van zich af zodat je hunkert naar een klok.
De derde pijler is het milde weer. De regio wordt daarom ook wel het Toscane van Duitsland genoemd. Voeg daaraan toe dat het eten in de door mij bezochte restaurants van opmerkelijk hoge kwaliteit was, en de bijnaam klopt. Waarom nog doorrijden naar Florence of Pisa?
                                                                                                                          .
de stad
Freiburg, In de tweede wereldoorlog per abuis grotendeels verwoest door de eigen Luftwaffe (er zijn paar dagen per jaar slecht weer). De gebouwen zijn hier in oude stijl weer opgebouwd. De kathedraalstoren (nu in verbouwing) is zelfs inspratie voor de Dom in Utrecht geweest. Verder vooral een relaxte studentenstad, een respectabele universiteit, waar Desiderius Erasmus zijn kennis kwam opzuigen (nu wordt er openlijk uit waterpijpen gelurkt). In de straten stroomt het water in mooie gootjes, als je daarin je voeten koelt, en dat doet iedereen hier met temperaturen van meer dan 30 graden, dan trouw je volgens de legende met een Freiburger. Als je van serieus houdt: doen! Ik heb zelf andere geraffineerde methodes om in contact te komen met de locals, meestal zijn dat boekenmeisjes en automonteurs.
In de boekwinkel zoek ik altijd het meisje met de grootste bril, ik denk dat die het meest heeft gelezen en de ogen lichten dan ook zo mooi op. Käthchen was haar naam, stond op het bordje op haar truitje. Aan een plaatselijk-dialectversie van Der kleine Prinz kon ze me niet helpen, maar uit haar riante prinsencollectie kocht ik nog wel een in kalfsleer gebonden versie, in beperkte oplage gedrukt (dus…?) een paar centimeter groot (wat moet je ermee!).
De avond voordat we met vakantie gingen kochten we een nieuwe oude auto, ditmaal een witte. Nieuw genoeg om geen garagebezoek te hoeven afleggen wegens uiteenvallende onderdelen. De vouwwagen daarentegen gaf gelukkig nog wel aanleiding tot contact met een garagemannetje. Ik zocht een wat ongewone batterij voor een kampeerkeukenonderdeel en raakte in gesprek met ene Volpert. Zo’n naam verzin ik niet! En hij nog nooit zo’n batterij gezien, dan ben je zo drie kwartier in gesprek over van alles. De dag erop (toen mijn grootste wens, 2 super-batterijen, vervuld was) bedreef ik met hem wederom een aardig staaltje Plaudern. Hij nodigde me uiteindelijk uit voor een Schnapps in zijn boshut in de bergen, waar hij zich vaak met zijn accordeon en maten terugtrok. Kom met je Waldhorn tussen mijn Alpen, zou die nacht waarschijnlijk als thema hebben. Ik heb eens geoefend in nee zeggen en deze keer lukte het.
                                                                                                                           .
het hout

2015 Noord-Portugal

Half vol

Mei is sowieso qua werk een verloren maand met al die vrije dagen, dus er op uit! Het is me niet gelukt vorige maand de lone wolf in Nederland te spotten, maar er schijnt een hoge concentratie wolven rond te lopen in het noorden van Portugal, net tegen Spanje aan. Als borderliner zoek ik graag de grens op. Een gebied dat zich het best laat omschrijven als 9 maanden winter, 3 maanden hel, zeggen ze zelf. De nevels boven de rivier en in het landschap deed indertijd het oprukkende Romeinse leger stagneren: de soldaten meenden voor de Lethe te staan, de Stroom der Vergetelheid, een van de rivieren van de Onderwereld. Onze quinta keek er op uit. Een slokje water uit de rivier doet alles vergeten, ik vulde mijn flesjes voor de verkoop thuis. Half leeg, half vol. De onderwereld is vast de inspiratie voor de vinho dos Mortos, de wijn der doden, direct na het bottelen wordt de fles in de grond gegraven.

Een week de natuur in was het plan, het was koud en nat, niet echt een weertje om er op uit te trekken, wel open haard-weer. De natuur kwam gelukkig naar je toe, op elke auto, bij elke voordeur was een bos gele brem gepropt, vruchtbaarheidsritueel, begin van de lente? Brem is symbool voor de nederigheid, zal wel zoiets zijn. Aardig en behulpzaam waren de Portugezen zeker.
Bij de douane heb ik mijn flessen vergeetwater alweer moeten inleveren, verzuimd ze uit mijn handbagage te halen. Nog snel een teug genomen.
                                                                                                                                           .
Gerux
Het Spaans-Portugese nationaal Park Peneda-Geres bestaat uit graniet, met in de lage delen lollig bos met baardmossen, in de hoge delen zoete pasteltinten brem en heide, grote delen afgebrand (met dit weer was de natuurbrandkans ‘reduzido’). De parkwachter in het bezoekerscentrum keek eens naar onze grijze haren, onze verzopen blik, de aanhoudende regen en mist en raadde ons, uit veiligheidsoverwegingen, de meest saaie wandeling aan die hij kon bedenken (rondje rond de kerk). Zijn advies was gelukkig niet bindend, dus toch nog wat trails gelopen, ik kan een bezoek aanraden. Je kan meteen door naar Santiago de Compostella. De beminde gelovigen die hier nog heel wat katholieks van hun gading kunnen vinden, hielden het niet droog, maar bleven wel blij.
                                                                                                                                         .
Montezinho
De bergen oversteken en uithuilen en in gene zijde, Trás-os-Montes, opnieuw beginnen, als enige gasten in het duurste hotel, een pousada, de Portugese pendant van de parador, in het armste deel van Portugal. Overigens nog steeds geen wolf of ander wild te zien tijdens een fikse wandeltocht, precies op de dubieuze grens tussen Espanha, Portugal en Franca. Er zou toch heel wat lekker vlees moeten rondlopen, gezien de rijk gevulde menukaart met herten, patrijzen, wilde zwijnen, zwanenhals gevuld met druiven, statig geserveerd door oude aristocraten. Prachtig oude kristallen karaffen met wijn, oude port na.
                                                                                                                                         .
Porto na dus. In Porto, de helft van de stad is gevuld met porthandelaren, dezelfde port die je hier bij de Kijkgrijp kunt kopen. Daar dus, liet ik me nog eenmaal afleiden: terwijl ik op terrasje aan een vinho verde nipte en mijn blik wegdroomde bij een girl with far away eyes, met ogen black as midnight on a moonless night, scheet een meeuw in mijn glas. Omdat de wijn zo koud geserveerd wordt dat je er toch niks van proeft, had ik het niet meteen door, deze vinho merde. Een onvergetelijk drankje na zo veel vergetelheid.
                                                                                                                                          .

15 voorwaarden voor een goede trail

Soms moet je aan een aantal voorwaarden voldoen voordat iets überhaupt de moeite van het overwegen waard is. Bedenk zelf drie voorbeelden uit het dagelijks leven.

Deze column gaat over trailen. Lekker buiten de paden door de brandnetels en het sompige veen jezelf afpeigeren. De geologen doen het al langer, dit jaar precies 25 jaar. Voor een succesvolle trail moet aan de volgende 15 eisen voldaan worden. De route moet in ieder geval de volgende elementen bevatten:

  1. Een steengroeve met verroeste mijnwerktuigen,met oude stenen voor een pré-Alpien gevoel, is de ontsluiting wel vast en welke cinema dan wel?
  2. Behoorlijk reliëf om een gevaarlijke afdaling te doen, ook al hebben we baby’s in buggy’s bij ons, it gaet on.
  3. Een rivier voor de rivercrossing, of misschien wel twee.
  4. Een verlaten spoorbaan, met spoorbrug en lange tunnel en dat er dan toch nog een museumtreintje ons in lastig parket brengt.
  5. Een cafeetje of frietkot op tweederde van de tocht, dit is de laatste jaren van belang geworden, we worden wat ouder.

Deze elementen zijn nog wel op een landkaart voor te bereiden. Maar praten over wandelen is nog geen wandelen. Meestal wordt binnen een straal van een uur autorijden wel een goede startplek gevonden. De kinderen rijden. De trail begint daar waar het asfalt ophoudt, en het liefst ook weg van de gebaande wegen. Nét tegen het verdwalen aan, we weten dondersgoed waar we zijn, gespeeld leed.

While we walk, zoeken en vinden we de elementen die ook niet mogen ontbreken:

  1. Paddestoelen voor het avondmaal. Bramen zijn ook heel fijn, maar wel wat krasserig op de benen.
  2. Een weiland waar we ons familie Von Trapp wanen, luidkeels Sound of music zingend.
  3. Een oude fabriek of loods waar onze fantasie de vrije loop krijgt. Dit jaar een xtc-lab.
  4. Een overwoekerd autowrak of een gespleten caravan, ver buiten die gebaande paden.
  5. Een dal dat door bevers onder water is gezet, of anderszins afgesloten of door de natuur ingenomen routes, de boze landeigenaar met geweer, de boze boerin die vindt dat we haar koe hebben laten schrikken met ons lied.
  6. Een meertje om een liefst nakende duik te nemen of onderwatergeologie te beoefenen.
  7. Op een moedeloos moment trek ik de zak chocoladerepen open. Dit om te voorkomen dat de groep splitst, en dissidenten een snellere route naar de wagens wil nemen.
  8. Er is constant een camera op je gericht, je wordt geïnterviewd, moet model-lopen en wie weet  ben je ook nog inspiratie voor een schilderij.
  9. De steengroeve en de rivercrossing nemen best wel veel tijd in beslag. Niet zoals Tarzan de liaan grijpen en gaan met die banaan, maar wikken en wegen, nemen we de boom, gaan we waden, bouwen we een brug, lopen we om? Veel discussie en dan toch iets anders doen.
  10. De strijd tegen de klok, we moeten nog boodschappen doen in een Delhaize. Vooral de grote hoeveelheid wijn is heel belangrijk. Er splitst zich alsnog een groep af, de kookgroep. De gps biedt houvast voor de kortste weg, door brandnetelen en prikkeldraad. Maar zelfs bij de tere kinderziel, een wanklank is er nooit. De afsplitsing vindt namelijk plaats daar waar net het frietkot uit het bos opdoemt.

Na de loop, de snelheid is erg laag, 3 km per uur? pakken we de huiselijke draad weer op, koken, drinken, ontdekken wat of wie er in de dichtgemetselde kelder zit, wijn, muziek maken, administratieve verplichtingen, heel veel wijn, de open haard, eten, overstromingen door douche verhelpen, heel laat maken, spelletjes, bijkletsen en de volgende dag vroeg op, brood halen en weer een tocht. Maar dan vertrekken we gewoon vanuit het huurhuis.

Aosta en Provence

Onder de steen

Onder welke steen heb jij gelegen? Als ik niet à la minute weet wie er nu weer dood is, Lauren ‘kiss’ Bacall, dat Dafne Schippers rent als een speer, hoeveel burgers er nu weer zijn gedood bij gevechten tussen sjiieten en soennieten in welk land dan ook en hoe dat land dan nu heet, hoe het gaat met de vervlogen vliegtuigramp en de onderste steen die boven moet komen, de zoveelste dreigende economische crisis of juist de meevallertjes, dat Den Haag een kalifaat is, dat IS eigenlijk joods is, maar dat je dat laatste dan niet mag zeggen, dat je eigenlijk niets mag zeggen wat beledigend, kwetsend, vooral anti-joods is of in strijd is met je beroeps-etiquette, en dat je dan je geloofwaardigheid verliest of je volgende laatste opdracht. . .
Het is heel sereen zo onder een steen.

Onderweg

Herman den Blijker zegt het zo vaak: doe (kook) nou alleen waar je goed in bent! In de Aosta-vallei zijn ze zeer in hun nopjes met Fontina, de plaatselijke kaas. Dat mengen ze door al hun eten, of het nou griesmeel is (polenta) of door de uiensoep (ork ork ork soep eet je hier echt met een vork). En verder wordt er regelmatig een melkfeest gehouden, dan gaat de boerenbevolking totaal uit zijn dak. Van Elena, de plaatselijke pendante van burgemeesterdochter Araceli, leerde ik als een barista cappuccino bereiden, met een bloemblad of een hartje in het melkschuim geklopt/geschonken.

Verder is het Aostadal nogal vol met infrastructuur en stedelijk weefsel. Maar er is meer dan alleen maar kaas en asfalt en staal. En dan bedoel ik niet dat de oude Paus, die Poolse nog, hier kwam wintersporten met zijn vriend de Italiaanse president, of dat Mussolini hier het eerste wintersportdorp liet bouwen, zijn volk moest immers jaarrond bewegen!

De Aosta-vallei moet een mekka, walhalla, nirwana, shranghila zijn voor een geoloog, met dekbladen te kust en te keur, mooie plooie en leuke breuke, knipogende gneissen en glanzende schalies (over 30 miljoen jaar rijk aan gas). En voor de bioloog een hemel, paradijs een snoepdoos, met steenbok, steenarend en steenbreek en moerasplanten (over 50 miljoen jaar rijk aan gas).
In de nog licht-maagdelijke dwarsvalleien langs de Monte Bianco en de Grande Paradiso is de natuur - buiten het jachtseizoen dan, het moet wel leuk blijven - nog volop te bewonderen. We maakten er bergtochten, we waren schier onverzadigbaar, elke dag onderweg; waarschuwingen voor lawinegevaar, landslides, bosbranden en overstromingen negerend. Alsof ik me ooit liet tegenhouden om met opgestoken paraplu in onweer over een Pyreneese pas over te steken.

Klauterend van hut naar hut. Je hoeft dan maar eenmalig steil omhoog te ploeteren tot een pas van rond de 3.000 meter en daarna kan je dagen lang lekker ronddarren door het hooggebergte, met ‘s morgens verse zomersneeuw en een clubje steenbokken tussen de gletsjers. Je laten uitdagen door van erosie zwangere berghellingen met zieltogende geitenpaadjes met onder je levensmoeie diepten (zegt de Marokkaanse schrijver in mij), watervallen waar je je doorheen moet laten zakken, sneeuwvelden nog net balancerend over woeste beken. De hele dag zie je geen mens, maar bovenop de pas is het opeens een drukte van belang. Je had die mensen eerder de dag wel al gehoord hoor: vanaf een uur of 5 ‘s morgen kreunt de hut van de ontwakende gasten die zich in hun kekke bergtenues hijsen (bergschoenen met hoge hakken, heel parmant) om nog voor de ochtendlawine de top op te klimmen en vandaar bij zonsopkomst de prosecco open te scheuren. Wij troffen ook heel lieve mensen hoor, ik draaf weer door. Drie dagen lang liepen we op met een Italiaans stel van ‘onze leeftijd’ (tussendoor beklommen zij steeds nog even een topje en kwamen minder uitgeput aan bij de volgende hut dan wij) die ons inwijdden in de Italiaanse gewoonten, qua cultuur, taal, keuken, drank en steekpenningenregimes. Leerzaam, leuk, gezellie.

Onder de zon

Het is mooi hoor, die bergen, maar wel koud en best vermoeiend, eerst uren omhoog lopen voordat de parnassia en 6 soorten gentiaan zich openbaren. En de vergezichten op de gletcherpartijen en toppen waar je toch niet op kan staan, ook al wil ik dat nog zo graag.
Dus, hup de Alpen over, zelfs olifanten lopen hier overheen. Naar de Provence, met warmte op een niet zoveel om het lijf hebbende camping. Geen metamorf gedoe, maar lekker sedimentaire stenen, 500 meter hoge kalksteenrotsen langs de Verdon of een kalkklont als de Mont Saint-Victoire. Een cm sediment per 100 jaar, dat kan je met een conserverend bestemmingsplan prima vastleggen voor tientallen miljoenen jaren, één keer korte procedure en dan schop in de grond.

Voor de lavendelteelt op het plateau van Valensole is het einde echter in zicht, zo stond met grote borden in het veld. Christine, de vrolijke dame van de biologische markt (de schimmel treedt pas na, maar wel onmiddellijk na verkoop van de verder zalige producten in) vertelde dat de chemische industrie de lavendelgeuren prima kan kopiëren en bovendien schijnt Brussel al dat gedoe met handenarbeid maar niets te vinden. Net als dat de plaatselijke kaasjes te veel schimmel bevatten!  Niet iedereen is dus zo blij met Brussel.

De warmte dankzij de koperen ploert en de vrije beschikbaarheid van drank, sigaretten en pigment (zie de vrolijke okergroeves op de foto’s) moet eind 19e eeuw de kunstenaars hier hebben samengedreven. Omdat ze door hun verzengend genot en gemis van menig luisterend oor het niet meer zo helder zagen noemden ze hun stroming het impressionisme. In Aix, een heerlijk relaxed stadje met geringe neiging naar verval (dat hangt samen) is een bonte verzameling mooi werk geëxposeerd, aangevuld met de onvermijdelijke usual suspects als Rembrandt en Mondriaan. Voor mij het startschot om de afbeeldingen in het wild op te zoeken. Dat levert nog best een dagvullend programma op, en frustratie nu juist de schilderplekjes d’antan zijn bebouwd met de zomerhuizen met zwembad en vooral veel hekwerk van puissant rijke kunsthandelaren (I’m just a jealous guy, ik wil ook zo’n warme berg in mijn achtertuin).

Girona zon, sneeuw en wijn

Toutvenant (allemaal samen)

Omdat niet iedereen gediend is van het wachten en nog eens wachten op de fotograaf die het onooglijke hoopje ruïnestenen (oude meuk) of een guitig bloemetje tot in de 5e dimensie in HDR en vanuit alle standjes kapot heeft gefotografeerd, bestaan er fotoreizen. Hierbij kan je ongestoord je sluiter lange tijd zo niet onbeperkt open laten staan. Vijf elkaar redelijk onbekende mensen met tenminste één gemeenschappelijke hobby, gaan de uitdaging aan. Via fotostudio Panda, werd zomerhuis met zwembad geboekt, in Catalonië. Rondom een bos met kurkeiken en parasoldennen. De wielenwalen en nachtegalen begeleiden het hardlopen of het mijmeren. Een uurtje lopen tot het dorp Vidreres, waar de wijn nog gewoon € 1,20 per liter kost, het busbedrijf zijn wagens uit de jaren ’30 koestert.

Veel spelletjes mee, maar we bleken geen van allen spelletjesmensen, wel veel discussies à la “niet wandelen maar praten over wandelen”. Gaandeweg leer je elkaar en elkaars wensen kennen en er is genoeg te doen in de omgeving, cultuur en natuur. Oude dorpjes met gezellige pleintjes, Girona met zijn joodse wijk, de stadsmuur en zijn kerken, de hangende huizen langs de Onyar, de vele trappen. En er was internet in de cafeetjes, god wat zijn we dan ongezellig, verdronken in onze telefoons. hunkeren naar  nieuws, lezen hoeveel werk op ons wacht, slaaf van de sociale media.

Ome Toon, onze gastheer, is bekend bij iedereen die in Lloret de Mar in de jaren ’70, ’80, ’90 er wel pap maar geen Spaans eten van lustte. Eigenlijk was het strand en de zon ook niet interessant voor de gasten, het ging om ontsnappen van je werk, door drank&lol&sex. Bij hem kon je onderwijl ook lekker Hollands eten, de frikadel, patat (500 kilo aardappel per dag ging er doorheen), de gehaktbal en (tomaten)soep van de eeuw (zijn pendant van de soep van de dag), terwijl de moppen over tafel gingen. Meer over suks enzo binnenkort bij uw boekwinkel. Inmiddels komen de Nederlanders aan hun trekken in Chersonissos en Alanya. De Costa Brava is niet meer zo wild als dat het nooit was.

Graniet

Uitzicht vanaf ons terras op het granietmassief Montseñy, voor al uw wandelingen en struikelingen, het zuivere water in de stroompjes is inmiddels aan Nestlé verpatst, waarschijnlijk zonder dat de Spaanse economie er iets aan overhoudt. In de flanken van de berg het klooster van San Fai, Catelaanser dan San Fai kan je het niet krijgen hoor.
De kern van de Pyreneeën trekt altijd, de oude Romaanse kerkjes, bruggen, mensen à la Araceli, maar vooral de sneeuw en de grens. Met de luxewagen zo hoog mogelijk proberen te komen en vandaar weer zo hoog mogelijk, de strijd tegen de wolken die langzaam de bergtoppen overwoekeren. Marmotten die je uitfluiten maar zich niet laten zien.

Conglomeraat

Het piepstemmetje zegt: “Hey man, ik heb de hele dag in de conglomeraten gelopen!” Iets ten noordwesten van Barcelona ligt de Montserrat, de Zaagberg. Van ver af het uiterlijk van een verweerde granietbonk, maar de berg bestaat uit samengeklittte kiezels en grotere blokken steen. De verwering heeft zijn werk goed gedaan, de kam bestaat uit een reeks opgestoken middelvingers en pikken met geprononceerde eikels. Geen wonder dat dit lang geleden al monniken aantrok, die bouwden een immens klooster met zwarte Madonna in een omgeving waar alles goud blinkt en dan nog maar een klooster een paar kilometer ernaast. Beminde gelovigen hebben hiervoor diep in hun beurs getast (salut i forca canut, blijkt zomaar toch iets anders te betekenen dan ik altijd dacht). Van het resterende bedelgeld werden voor een museum daar wat doeken van Caravaggio, Picasso, Dali, en Miro gekocht. Weinig geld was er echter om de wandelingen in het gebied deugdelijk te duiden. Af en toe troffen we verdwaasd en beblaard dwalende mensen met kinderen die dachten de wandeling van 10 minuten te doen en al uren onderweg waren. Wij verdwaalden ook, met al dat geTomTom (Tolweg?) verleer ik het kaartlezen ietwat, maar ja, dan zie je ook meer en zonder avontuur is het ook wat saai.

Marmer

Het stapelen der lijken. Een vinexwijk voor hen die vielen en dan bijgezet worden aan de randen van een dorp, even labyrintisch nochtans. Na een paar jaar werd zo’n dichtgemetseld hol weer geruimd en de restanten van een ander onderkomen voorzien, wellicht alsnog begraven?

Valencia

Een monding van een rivier, een goede reden om er een stad te bouwen. Valencia, aan de monding van de Túria, de twee na grootste/ belangrijkste stad van Spanje. De iets te natte zomer van 1957 deed generalissimo Franco besluiten de rivier om te leggen en een fijne snelweg, lekker modern, in de bedding aan te brengen. Het onderdeel snelweg ging niet door, de Groenen hadden in die tijd een stevige lobby kennelijk, en de groene en sportief ingerichte bedding werd het paradijs van verliefde stelletjes en de hardloper! Ik balen dat ik geblesseerd ben, maar ook met mijn doktersadvies: ga toch fietsen! kom ik hier stevig aan mijn trekken. Komt ook goed uit want de eerste dag heb ik mijn schoenen werkelijk kapot gelopen (de vakantie veranderde in een dagje schoenwinkelen, het type shopping dat mij niet bijster opwindt, maar het is goed om een doel te hebben in het leven, hoor je mensen wel eens zeggen).

Fietspaden, slinger de slanger, erg smal en tegenliggers staan/rijden op hun strepen, de paden houden plots op tegen een hek/muur, maar wat een genot om zo de stad te verkennen. Na elke bocht doemt er een oud gebouw op, van oudsher veel kerken, torens als onderdeel van een kerk, ander katholiek gedoe zoals de universiteitsgebouwen, gemeenschapshuizen, kastelen. Steeds even kijken of het katholiek of Arabisch is. De geest van good old El Cid hangt hier rond.
Meer recent heeft architect Santiago Calatrava de rivierbedding eerst bedekt met een soort bleekblauw zwembad, (mannen met gasmaskers waren driftig door mij inhaleerbaar chloor aan het strooien) en die oppervlakte heeft ie vervolgens volgepleurd met moderne staketsels, model zeebeesten van Theo Jansen. De meeste gebouwen hebben geen inhoud, staan ogenschijnlijk leeg, ze schreeuwen om kraak of invulling zoals de andere: opera, wetenschap (kijk naar een vliegtuig en een dna-structuur, beide even groot uitgebeeld), een 3D-bioscoop, en inzicht in de oceanografie, het zee-aquarium. Oud en nieuw komt in deze stad samen, ze vullen elkaar goed aan.

Wat in ieder geval ook heel erg fijn is aan Spanje: er zijn nog zoveel kleine winkeltjes en barretjes in de straat. Een boodschapje, koffie, wijn, tapa nemen, zo ontmoeten mensen elkaar en heb je, ook in een grote stad, sociale samenhang. Ook hier schrijdt het Grootkapitaal voort, El Corte Ingles (soort V&D/Bijenkorf maar dan standaard in de lelijkste gebouwen van Spanje, in welke stad dan ook, maar wel heul erg veel en fris en fruitig personeel) heeft vlak buiten het centrum een ministad gebouwd volgens het concept “All you can buy”. Eh, toch wel handig als je lui en moe bent na een dag grootsteedse indrukken / fietsen tegen de wind / al die wijn op terrasjes om nog wat snacks voor de avond te kopen. Dat had je natuurlijk in de mercados willen doen, prachtige hallen zoals de Mercat Central, art nouveau uit 1914, 300 handelaren op een kluitje met de verste vis, het sappigste fruit, de heerlijkste hammen, de membrillo (onthoud die term, het wordt een kweeperenzomer in Nederland), plakken visseneitjes, gedroogde tonijn, fruitissimo. De samenwerkende handelaren waren de eersten in Europa die producten via internet verkochten! Mooi, daar hoef ik dus ook niet meer voor mijn bed uit te komen.

Uit fietsen

Ten zuiden van de stad ligt een groot meer omgeven door rijstvelden, het natuurgebied Albufera, de kleine zee noemden de Arabische vroege bewoners/bezetters het. De paling die hier zwemt wordt in de paella verwerkt, cuna amb all i pepre, bij voorkeur te eten in El Palmar, het Giethoorn (kanalen) / Urk (voormalig eiland) van het zuiden, met van die karakteristieke barracas, huisjes met rieten dak. Een waar paradijs voor de vogelaar: div kluten al dan niet op stelten, div reigers, flamingo’s, lepelaars, hoppen, een zwarte ibis, visdieven.
Tussen meer en zee nog een verrassing, duinen en een natuurlijk litoraal bos met parasoldennen en een schildpad. Overal geurende (zijn het oplosmiddelen of moet ik er van genieten?) bloemen en bloesems, acacia-achtige, brem, citroen- en sinaasappelbomen, het is immers -hoy hoy- de verjaardag van ZKH Guillermo de Naranja.
Contrasten maken het af: de containerhaven van Valencia, de grote schepen die wachten voor ze de haven in mogen, de zieltogende flatgebouwen, de strandtenten, de ontmoetingsplekken voor eh jongeren, werd ons verteld, goed gefaciliteerd overigens, douches en ehbo-posten, en dan weer juweeltjes van natuur. En wat een weertje! En op gezette tijden een terrasje voor wat wijn, bier, mochito, zumo de naranja met wat tapas.

We kregen het ritme aardig door.

  • Rustig opstaan, bakkertje voor lekkere broodjes, die is niet eens voor 9 uur open, ontbijtje op balkon of in café.
  • Rond elven op pad, te voet of fiets en iets zien of doen.
  • Tussen twee en drie een restaurantje zoeken, blijken toch steeds weer de touristententen te zijn, met bijbehorend ongevraagd variété van gemankeerde muzikanten die wat met hun strijkstok willen meeprikken. Voor 2 uur is de kok nog niet aanwezig, wát een verschil met Frankrijk, waar het altijd heuen is.
  • Rond achten ben je dan weer thuis, je kan dan tot elven nog wat boodschapjes doen. Om ‘s avonds nog wat te snacken, thuis of in t café.
  • Tja, na tweeën begint het uitgaansleven. Als student deed ik hier nog aan mee, maar zelfs op vakantie blijk ik hier te oud voor. ‘s Nachts horen we de deuren slaan als onze buren er op uit gaan. En buiten een hels vuurwerk. Bleek er toch nog heel nachtelijk feest gaande, de heilige San Vincente, goed voor talloze wonderen. Mannen in jurken, mannetjes met luit en zang, met z’n 20-en op een piepklein podium, “het volgende liedje is heel mooi, luister maar” en meisjes. En de zon komt dan boven zee weer op, rare gewaarwording voor een noordzeestrandkind.

De universeel-berg

De geboorte (zoals ze hier de bron benoemen) van de rio Turia, ligt niet ver van de geboorte van de Taag, op de 1400 m-hoogvlakte van de Sierra de Albarracín, de Montes Universales, if you’ve seen one, you’ve seen all. De Trias Geologica Trias-Jura-Krijt valt hier goed te oefenen, zeg maar rood-wit-blauw dat door het landschap golft, alleen dan andersom: de kleurigste zanden met veel rood dus, de gipsen en dolomietjes, de Dinosauruspootafdrukken in de crêmigste kalken. En de dorpen staan daar boven op. Al van oudsher overigens, want in de overhangende rode rotsen, the good old red sandstone, zijn de schetsen van harten, paarden en blote kerels van 7.000 jaar geleden nog zichtbaar. Amb les aquarel.les de l’autor.

Super-barrio-man

Onderweg kwamen bij mij diverse ideeën op om fotoseries te maken. Komt goed uit, want over een paar weken ga ik weer naar Spanjeland en dan neem ik mijn camera mee, althans dan is mijn sluitertijd wat langzamer. De volgende onderwerpen neem ik alvast mee in mijn hoofd.

  • Sport en spel in de Tuinen van de Turia, niet alleen de hardlopers en fietsers, er wordt van alles gedaan, tennis, voetbal, pelota (kaatsenballen), jeudeboulles door ouderen, dansende meiden, paardensport met andalucische paardjes en schuchtere amazones in flamenco-kledij, demonstreren, sex.
  • De architectuur van Calatrava, of juist de oude rommel uit vervlogen eeuwen, de tijd van El Cid, katholiek en Arabisch, ruïne of juist opgepimpt met muurschilderingen.
  • De was, vaak van driehoogachter van de lijn gewaaid op het asbestdakje van eenhoogachter alwaar het ligt te zieltogen. De binnenplaatsjes zijn zowieso interessant van kaal- en treurigheid.
  • De haven van Valencia met de containerkranen fel gekleurd in de zon, het contrast met wat je maar wil, de vrolijke strandmeisjes, de moderne of juist oude architectuur.
  • Straatfotografie, gewoon zitten en pakken wat je pakken kan. Er is hier een heel orkest uit elkaar gevallen, steeds als we ergens eten, komt er een vent met viool, vent met bandéon, vent met gitaar, en die gaat dan opdringerig en ongeinteresseerd een behangetje neerzetten, met veel galm en achtergrondmuziek die uit zijn draagbare versterkertje komt. Mooi gezicht als ie geld komt vragen en door velen totaal genegeerd wordt.
  • De daken van de stad, met nog echte tv-antennes, kriskras electriciteitsdraden, duiventillen, daktuintjes,
  • Mannen met een superman-t-shirt, die noemen zich dan super barrio man.
  • De ergernissen van een vliegreis, eerst de gezichten op de vakantiebestemming, dan steeds bozer in rijen, bij inname door de douane van hun zakmes of drankjes, bij het horen dat de ander voor 10x zo weinig de tickets geboekt heeft, de stelletjes die niet kapot te krijgen zijn, de vertraging tot na middernacht en weten dat je morgen weer moet werken. De fotograaf verschuilt zijn eigen verdriet achter zijn lens.

Hoog in de Provence

Vakantie is plannen maken en iets heel anders gaan doen. Net als werken eigenlijk. Het plan was om vanuit de Pyreneeën Han en Christoffel in hun Spanje bezoeken,  maar de beoogde uitvalsbasis bleek vol te zijn (crisis) en bovendien nat (klimaatverandering). We verkozen de omgeving van Castellane als alternatief en bleven daar, net als het hogedrukgebied, hangen. Vrienden Franc en Dieneke waren daar ook.

Castellane is een uit de vergetelheid ontrukt middeleeuws dorpje langs de Verdon. De Verdon, lekker raften of kanoën in de Canyon, klimmen langs de rotsen, zuipen op de camping, of een tochtje in een 2CV of motor/brommert langs de Corniche Sublime. Veel Hollanders hier, die in de supermarkt in plaats van zich te verlustigen aan een ortolaan of ganzenlever, schreeuwen om bloedeloze kroketten en Heineken bier. De caissière in het Nederlands aanspreken, hey hoerrr. Veel platter kan het niet. Wij zoeken de steilte en stilte op in het gebied. Tussen de bergen bleek onze hangmat drie weken hangen.

En wat hebben we gelezen in die hangmat. Net als de campinggasten om ons heen. De mannen lezen Ventoux en de vrouwen lezen Stoner. Kiezen tussen jongensvriendschap (getroubleerd door verliefdheid op iemand als Araceli) of de onvoorwaardelijke passie (desnoods de passie voor kennisoverdracht). Hoe verzinnen ze ‘t allemaal. Ik lees me suf want mijn rechter voet heeft het begeven. Met ouderdom komen de gebreken en bij mij is het ditmaal een voet die langzaam maar zeker van kleur verschiet en afbrokkelt. De jonge huisarts, sprak geen woord over de grens, die in eerste instantie nogal schrok van de eerste aanblik, vond het in tweede instantie nog maar matig interessant, hij had nog gelijk ook. Ik ging weer lopen, wandelpaden genoeg, en bleef ondertussen lezen en zelf ook maar eens een boek schrijven, hoogdravend “handboek bodem” geheten, in december bij bolpuntcom. Je moet wat om de tijd door te komen. Dit is alles wat is.
There comes a time when you
Realize that everything is a dream
And only those things preserved in writing
Have any possibility of being real.
                                                                                                                                                                            
Duwen en trekken


We vertrokken sowieso al met een bezwaard gemoed, Abel die het fort verdedigt, ligt als een kleffe vaatdoek de zieke uit te hangen. Een dagje verder volwassen geworden zwaaide een slap handje ons uit.

Halverwege het vaderland midden in een wegopbreking van de A2, moest ik het stuur met al mijn kracht vatten om een bocht te maken, mijn voet door de bodem heen trappen om vaart te houden, hard blazen om het koel te houden en een zonnebril opzetten om alle knipperende lichtjes te weerstaan. De auto ging ook nog bloeden, lange slierten, grote plas. Met de laatste kinetische energie kwam de wagen op een carpoolplaats tot stilstand.
 
Christine de ANWB-receptioniste had die dag als persoonlijk doel mijn vakantie te redden. Gezellig babbelend concludeerde ze, hoewel ze bezwoer niet technisch zijn, dat de (koel)waterpomp kapot was en daarmee ook de V-snaar (multiriem in haar jargon), de accu sowieso het koelvloeistofgedoe. Nergen meer aanzitten! Christine stuurt wel een mannetje.
 
Het begon zachtjes te regenen. Daar kwam Wout. Christine had het technisch bij het juiste eind. Maar repareren ging Wout niet. Hij stuurt wel een mannetje om ons naar een garage in het zuiden (daar moeten jullie toch heen) te transporteren. Ondertussen worden de onderdelen besteld. Als het goed is, komen die onderdelen en wij dan gelijk aan, kan de reparatie plaatsvinden, en kunnen we snel weer verder. Wout blijft nog tijdje praatje Pot doen en verdwijnt.
 
Daar kwam Ronnie, in een fluoriserende wegwerkers korte broek en een immense bergingswagen. Onze Ford wordt er opgehesen en de vouwwagen wordt aan de trekhaak gekoppeld. De meeste tijd gaat zitten in de elektriciteitskoppeling. Ronnie heeft 6 systemen aan boord, waarvan er geen een meteen past en die visueel voor hem maar met moeite te onderscheiden zijn. Alle mannetjes werden op alle vrouwtjes gepast, hij haalde er nog een paar uit de kast, maar op het potje paste toch het goede dekseltje. Met enig geweld (de rest van de vakantie deed de verlichting van de vouwwagen het niet meer).
Met Ronnie in de truck, hij praatte vrijelijk over de logge AMvB-organisatie en de graaicultuur van managers in het algemeen. De wegenwacht heeft het echter tegenwoordig goed voor elkaar, moet ik zeggen. We werden keurig ontvangen in de eigen WW-garage door Simon, een gedrongen Brabander met vetkuif. Hij had voor zover ik kon zien nergens meer haar, maar er zaten nogal wat klodders smeervet bovenop zijn schedel. Ronnie bleef gezellig nog even koffie met ons drinken, tot ie werd opgeroepen om een omgevallen kermiswagen te bergen. Wout bleek ook in het gebouw en schoof nog even aan, gezelli!
 
Simon was blij dat er weer een klusje was, het was verder een rustige dag. Sinds mei heeft de ANWB een nieuw systeem met servicestations, eigen garages die altijd tijd hebben! Hij zag er wat afgetrokken uit met lodderige ogen, maar hij was net terug van vakantie en popelde om te sleutelen. Jammer dat de onderdelen er nog niet waren. Maar de auto uit elkaar halen kon altijd wel, leuk!
Hij had er zin in. Af en toe kwam ie nog wat koffie leuten bij ons. Ook Christine bleek zowaar in het gebouw en had ook even tijd voor ons. Haar roodgestifte mond waarmee ze gestrande reizigers moest geruststellen stak bijzonder goed af tegen haar rode iets ondeugende robe. Ze had leuke plannen voor vanavond zei ze, aan haar schalkse blik te zien mét Simon, ze hoopte dat wij het ook leuk hebben vanavond.
De takelaars kwamen af en toe nog wat auto’s brengen, die konden tussendoor prima weer aan de praat gekregen worden:
Een smartje met een langbenige Tukster wier billange blonde haren prachtig samenging met haar glimmend zwarte jurk die steeds weer van haar bruine schouders gleed. Ze moest in België naar het ziekenhuis (je voelt je daar de koning te rijk, een feest om daar in het ziekenhuis te liggen!).  Ze zag er niet bepaald ziek uit, ze blaakte!
Later kwam een ook geheel gebruind, ouder naturistisch stel met caravan binnen die het ook niet meer trokken. De witte-baardman wist niet hoe gauw hij mij moest helpen met de vouwwagen aankoppelen toen de reparatie uiteindelijk klaar was. Lekker met zijn allen tegen een caravan/vouwwagen aanduwen is machtig en verbroedert. Hij zwaaide ons lachend en met weemoed na, alsof we drie weken naast elkaar op de camping gestaan hebben en samen kampioen Jeu de Boules geworden waren. Ik keek langs hem heen in de grijsgroene ogen van Christine.
                                                                                                                            
Exile
De Corsicaanse afscheidingsbeweging hield met machinegeweren het vliegveld bezet, daar zat ik dan, iets meer dan 20 jaar geleden als reisleider met een groep wandelaars op weg naar huis. Een late vlucht bracht ons naar Nice, zodat ik buiten mijn contracttijd verliefd kon worden op Judith, de eerste zoen En zo. Eens kijken of er nog wat te beleven valt in die contreien.
 
Vanuit onze tent Nellcôte reden we met onze wagen Mandrax 3 naar Grasse, duizend meter all down the line. De azuurblauwe kuststreek gonst van muzikaliteit en filmcreativiteit met Antibes en Cannes. Hete zwoele boel. Verschrompelde in een rolstoel dampende filmsterren die zich nog 20 voelen. Grasse levert de parfums die al dat gezweet moet doen vergeten. De stad hangt tussen de respectievelijk met sneeuw en een laag zonnebrand bedekte bergen en zee en straalt een serene bedrijvigheid uit. Boven het gehele voetgangersgebied wordt elke minuut vanuit een benevelingssysteem koelte gesproeid. Tegenwoordig met een luchtje lelietje der dalen of lavendel, vroeger met verdovend spul. De mensen hebben een gelukzalige glimlach en maken je meer dan welkom voelen. Zo heerlijk relaxed en het wakkert de kooplust aan. Waag je je als toerist aan de randen van de koopzone, dan roepen de zwervers of zigeunervrouwen je in taal naar keuze toe dat dáár niets te zien is en voor het weet bevind je je weer in de hoofdstraat. Knappe meisjes, de Azurettes, leiden je het netwerk van gratis parfumfabrieken en -musea binnen, met parfumflesjes en schoonheidsidealen van de Grieken via de Vikings, tot nu. In bakken uitgestald ligt een keur van riekende gedroogde bloemen, kevers en beverballen. In de bijbehorende winkel verzadigd van feromonen weten de adembenemende geurmeisjes van Japanner via Noor tot mij de juiste essence aan te smeren. Ook ik geur nu paradijslijk en mijn haren zijn met bloemen.
Met haarspelden duizend meter hoger damp ik verder uit, de auto gaat steeds meer naar oude hond ruiken. Ik heb nog steeds een grijns, want Grasse is nice. Ik laaf mij aan a loving cup of wijn.
                                                                                                                             
Bergen
De bloemenwei is groen getooid
We hebben bloemen rondgestrooid
We geven picknick
Voor marmotten en voor gemsen
Teerbeminden in mijn hart
Iedereen moet aardig zijn met een bloem
                                                                                                                               
De Sirenen
Aan de horizon reiken de besneeuwde Alpentoppen tot in de hemel. Het uitzicht vanuit onze tent. Toppen tot 3000 meter van dolomiet (olifantenhuid-kalksteenachtig), met daaronder pencil slates: prachtige gas-schalie, mag ik dat zeggen, ja Mart Smeets, dat mag ik zeggen. Daaronder, in de gorges van Dalui, een scherpe overgang naar de dieprode ijswoestijn-afzettingen uit het Perm. Een geoloog zou hier blij van worden.
En dan die plaat met gestolde schelpenlijken, zo’n 30 meter dik, de resten van miljoenen jaren dood en verderf in krijtachtige rots. Deze plaat hangt als de valley-curtain van Christo schuin door de Provence. Zo nu en dag dagzoomt ie. De ene keer sluit de kalken muur een dal af, de rivier stroomt dan doorheen een klein spleetje. Denk aan de Clue de Saint Auban, 2 sterren in de Michelingids, nog net niet het verhuizen waard, hier staat onze tent.
Op andere plaatsen heeft oorlogsarchitect Vauban zelf er een duizelingwekkende burcht op gezet, zoals in Sisteron of in Entrevaux, ook hier staat onze tent ongeveer. Ik dacht eerst dat soldaten vanuit hun burcht lekker op hun vijanden konden schieten, of met een ketting hun boot tot zinken konden brengen, maar Vauban blijkt nog veel vernuftiger. De cirkel is weer rond.
Deze kalkafzetting zit namelijk vol met indrukwekkende fossielen van zeekoeien en -olifanten, Sirenen genoemd. Hun ribben, schedels en sla-etende kaken steken reikhalzend uit de koffie-met-melk-kleurige rotsen. Met enig knutselwerk kan je er ook een knappe zeemeermin van bouwen. Zeekoeien en zeemeerminnen worden dan ook vaak verward.
De kreetjes die de Sirenen uitstieten verleidden in vroeger tijd de vijand, zodat ze zelf hun schepen op de klippen lieten lopen of zich lieten leeglopen in too much love. Zo moest het gegaan zijn. Zo moest Vauban het bedacvht hebben. Alleen good old Odysseus kon zich tegen de Sirenen vermannen door zich aan de mast te laten binden, de overige bemanning had pieterselie in de oren. Krachtig de man die de lonkende liefde aan gene zijde kan weerstaan.
 
En dan te bedenken dat deze kalkafzetting als een krijtring het hele zuiden van Frankrijk door sliert. Nu ik het weet hoor ik overal zeemeerminnen zingen. Zij vonden er de inspiratie: Bertold Brecht, Chaja Polak (waar komen de namen uit Ventoux toch vandaan?), oorteisteraar Wagner. Iedereen doet er zijn ding mee: het piepen met kalknagels of krijt over een leibord of het beschrijven van lonkende klanken van een zeemeermin. Ik droom verder.

Diep in Andalucia

Andalucia, het is weer veuls te lang geleden. Hoe vaak ben ik wel niet bij je geweest. Wat weet ik nog van je af?

Het waren de jaren 80, een eeuwigheid geleden. Ik was jong geoloog en reisleider bij SNP Contactreizen. Van de wereld wist ik nog niet veel, ja: welke steen waar hoort te liggen, maar hoe je als mens zelfstandig het leven doorkomt, geen idee. Van wie had ik het moeten leren?
De lange veldwerken met kameraden, zelf een woning zoeken, leren koken, lang feesten en toch gelijk met de hete tomatenpluksters ‘s ochtends vroeg weer op pad, even bezweet thuiskomen, leren vrijen, onderhandelen met huisjesmelkers en Tranimex SA, smokkelen van drank, leren drinken, jezelf uitleggen, de straattaal leren, auto rijden en repareren, omgaan met jeugdig enthousiasme. Wat heb ik veel geleerd en veel moeten afleren.Nu ja, koken doe ik nog altijd. Andere lessen zijn overprint door de calvinistische Hollandse cultuur.
 
Er waren zomers dat ik een door een bezorgde thuisblijver (ik zou echt niet weten wie) in mijn rugzak gestopte sinaasappel 5 keer heen en weer naar Andalucia heb vervoerd. Uiteindelijk thuis maar weggegooid. Bij thuiskomst steeds weer de grammatica bijspijkeren,  je hebt immers net ondervonden wat je niet kon zeggen. Ik realiseerde me overigens nog niet dat ik dácht ik de taal begreep, maar iets anders hoorde dan er verteld werd. Een eerste liefde vulde mijn woordenschat en hart, ik zag de krullen en bruine ogen maar hoorde niet de woorden mucho cariño poco amor. In mijn rijke fantasie beleefde ik echter prachtige verhalen. Een kinderhand is gauw gevuld, nog steeds.  Naïviteit en creativiteit doen de rest, dan speel ik mijn geluk.
 
Als reisleider tijdens een wandelvakantie in de zinderende woestijn werd ik aangesproken door deelnemer van in de 70. Ze kwam fysiek niet aan haar trekken, of ik daar wat aan ging doen. Ook haar keek ik in de vale ogen en zag de terugtrekkende grijze haargrens. Die avond organiseerde ik, buiten de kaart om, een woeste wandeling langs grotwoningen en verlaten spaghetti-filmsets, we werden gestenigd door de bewoners, zagen zeldzame planten en dieren en we peigerden ons af, klif op, kloof weer in. Dit bevredigde haar zinnen.
 
De mooiste belevenissen spelen zich af onder de mensen bij de mensen. Niet het leven dat in de reisfolders wordt getoond, de attracties met een hek en kassa ervoor, maar het dagelijkse leven, het opmerken van de gewoontes die hier zijn aangeleerd en afgeleerd. Afwijkend dan in Nederland, niet beter of slechter, anders. Omdat de cultuur, de taal, het landschap dit bepalen. Cultuur is endemisch kennelijk, de landsgrenzen de waterscheidingen. Daarom is buitenland boeiend voor mij die constant op zoek is naar nieuwe prikkels. Een spanningsboog van een kleuter wordt mij toegeschreven.
 
Wat is er van over? Heeft de beschaving er toegeslagen, of de schaamte, de crisis? De meisjes van vroeger zijn de oma’s van nu, zal ik ze nog herkennen, of zij mij? Is dat rare café er nog waar muziek werd gedraaid met een drumsolo van 20 minuten? Het kan raar lopen in 30 jaar. Ik sluit de herinneringen in mijn hart, ga niets verwachten en ga opnieuw op ontdekkingsreis. Pa’ ver lo que pasa.
 
Slow travelers
Als je denkt dat de Engelsen alleen het Gibraltar-deel van Spanje bezitten, kom je bedrogen uit. Rond het stuwmeer van Viñuela, ten noorden van De Costa del Sol, zijn kapitale zomerhuizen met zwembad uit de grond gestampt. Verveelde kreeftrode engelsen met hun minderjarige 2e vrouw kopen daar hun gifgroene doperwten en ontbijten met witte bonen. ‘s Avonds luisteren ze lethargisch naar de gitaarleraar van Nana met zijn coverband. Na de zomer snelsnel weer naar huis.
Iets oostelijker, ligt het natuurgebied Axarquia, met de Peña de Hierro, de IJzerberg, ontsloten door roestige weggetjes. Daar leven de slow-travelers. Ze voelden zich als hippies verstoten uit Engeland en Ierland en trokken in pipo-wagens naar het zuiden, bleven hangen in Zuid-Spanje. En werden daar toch weer settlers. Daartussen wonen mijn lieve nicht Nana en haar Bas, samen met hun 3 waakhonden en 5 hangkatten. Hun terrein is begrensd door de verlaten mausoleum-caravan van de overleden Raz en de door de valse helle-hond bewaakte tipi van Liz, haar geld verdienend als zeg maar entrepreneur, zzp’er.
Het uitzicht op de vallei met amandel- en olijfboomgaarden en de bergkammen gekamd met roversnestdorpen, overkapt met een door Melkweg doorgestreepte zwerk, omlijst met jaren 60-muziek en iets teveel wijn is adembenemend.
Daar zijn we dan, Abel en ik, nachten lang bijpratend over ons leven, muziek, boeken en de laatste jurisprudentie. Een huis met passie voor muziek en passie voor passie. Het leven is mooi hier, de zon brandt je vroeg het bed uit, waar je nog maar net in lag, je rommelt wat aan, doet een boodschapje, klimt naar een bergtop, repareert de auto, de zonnepanelen én de waterleiding, ontdekt een moorse waterput, plant een boom, doet een geologische pré-alpine ontdekking, slaat een handstuk, speelt gitaar, Abel rijdt door de barranco met een weekoud rijbewijs, op naar de zee voor een zwemmetje, de imperatief is er verboden, y creo que he bebido mas que 40 cervesas hoy, en voor je het weet is er weer een dag om.
 
Sol y nieve
In tijden van hitte is het goed toeven in de Alpujarras, de witte dorpjes hangend aan de zuidhelling van de Sierra Nevada. Met die hitte is het vreemd om de laatste sneeuwvelden als achtergrond te zien. De aanblik alleen al zorgt voor koelte. Lekker slenteren door de steile straatjes, de witgekalkte huizen met hun schoorsteentjes, de uitzichten vanaf de pleintjes. Van het mooiste dorp van Spanje, Pompeneira, via de bochtigste weggetjes naar het hoogste en hammigste dorp van Spanje, Trévelez.
Bij de ingang van elk dorp werd meteen duidelijk waar je aan toe bent: de ambulante verkoop is verboden, uitgezonderd de 2e en 17e van de maand in het ene dorp en op de 19e in het andere dorp, of elke zaterdag in weer een ander dorp. Of het nu gaat om de ambulante verkoop van tomaten en meloenen of Afrikaanse riemen en nephorloges werd niet helemaal duidelijk. Toch stond er op strategische plekken in de dorpen een mooi meisje het restaurant met het mooiste panorama te verkopen. Een goede start om weer eens Spaans te kletsen na het engels in La Peña.
 
De grotten uit Cuevas
It was 30 years ago today. En er is weinig veranderd in het dorp. Misschien iets warmer en is dat de reden dat er in siësta-tijd een groot aantal bijzonder zwarte Afrikanen rondlopen, althans de mannen; de vrouwen werken kennelijk. Ze zijn goedkoper dan de locals en veel beter, vingervlug, in het tomatenplukken. Bovendien kunnen ze beter tegen radioactiviteit, want de waterstof-bommen die in 1966 hier vielen zijn nog steeds niet helemaal opgeruimd. Behalve zij liep er zowieso geen hond op straat, zelfs de fonteinen waren uitgeschakeld. Uit de huizen klonk gelach en andere geluiden van plezier, maar ik zag niemand, ook geen bekenden. Nu ja, die bekenden zijn nu ook inmiddels oma. En zouden ze mij nog herkennen? De begrafenisstoet gaf geen sjoege.
Toch waren ze er nog, die groep meisjes van 18 van toen, ze zijn nog steeds 18.
Zusjes Rosa en Maria del Mar zijn de opvolgers van de vleesgeworden Encarna die de receptie en bardienst van Hotel Lucero bevolken. Rosa spreekt ook Frans en Maria del Mar spreekt ook Engels. De één een lachebekje pur sang, de ander is in voor een lang gesprek over het leven. En allebei prachtig en Spaans, que quieres mas? Ze herkenden mijn Andalucisch accent, ik was weer thuis.
 
De grotten worden tegenwoordig bewoond door de Afrikanen. Onderhoud is niet hun sterkste punt. De witkalk brokkelt af, het afval, inclusief de zieltogende koelkasten en afgeroste auto-onderdelen, liggen er omheen tussen de cactussen. De zetbaas heeft zichzelf een kasteel aangemeten. Toch nog verandering in Cuevas.
De boulevard waar om 8 uur geflaneerd werd om hun nieuwste baby en liefje te showen is nog steeds the place to be. De kroeg waar we de lange drumsolo’s ondergingen, was nu een ijssaloon. Met de beste horchata de chufa, amandelhagelmelk uit het land, overgrootvaders recept. De huidige uitbaatster, de blondgelokte Roemeense Sorena, nieuw in het dorp, liet ons van alles proeven. Theresa Rabal, de Spaanse Imca Marina, in mijn tijd bekend van radio&tv, klonk over het terras, ze zou de dag erna in een musical optreden in het kasteel in Cuevas. Iedereen doet zijn best mij thuis te laten voelen. Should I stay or should I go? The Clash klinkt uit de speakers.
 
Mijn veldwerkgebied, de Sierra de Almagro was afgesloten voor bezoekers door een azuurblauw stuwmeer, waar eens de arme boeren woonden. Het stuwmeer was gevuld met water, afkomstig uit de Taag, honderden kilometers verderop. Een Olympische waterski-baan, een verloederd hotelcomplex met een afschrikwekkend hekwerk, een levensgrote schildering op de stuwdam vol indalo’s, een parcours voor rolstoelen bereikbaar per trap, een schaduwzone met verweerde barbecues, een stervende boomkwekerij met prima brandhout van Eucalypti, de Europese subsidies worden hier goed besteed!  Het netwerk van verdichtselen had zijn werk goed gedaan.
 
Spaghetti
Het bekken van Vera is heel heet. Nat zal ze niet worden. Ze is troosteloos.  Italianen vinden haar nog heel wat. In de jaren 60 werd hier de spaghetti opgediend met dubbelgeletterde schoonheden als Claudia Cardinale, Brigitte Bardot en Tina Turner, lelijkheden als Charles Bronson, Lee ‘plakker’ van Kleef deden hier hun ding.
De Nederlandse boeren trekken het grondwater in de directe omgeving hier omheen nog verder omlaag met hun bloemenkassen. De kassen vormen zo een nieuw discordant sediment in deze uitdijende woestijn. Zo wit was het hier toen de Middelandse Zee was opgedroogd, tijdens de zoutcrisis.
 
Antequera
Het went heel snel, the slow life. Dus daarom, voordat we in het vliegtuig stappen, nog even snel een hectisch dagje in de omgeving van Antequeras. Flamingo’s spotten bijvoorbeeld. De blauwe eksters, hoppen en bijeneters hadden we nou wel gezien. Even de vaart er in, menhirs, arabische badhuizen, geologische stenen, zoutmeren, stedenbouwkundig gedoe, hapje eten, de hitte. En door, op naar de hectiek van alledag.

Wat zien ik

De wandelaar, fietser, automobilist gaan van A naar B.
Voor de ene mens is tocht een noodzakelijk kwaad, de gedachten zijn al in B en niets kan deze gedachten verstoren. Hij heeft haast, is drukdruk.
Voor de ander is de reis mooier dan het doel, de jacht mooier dan de vangst. Hij kijkt om zich heen, ziet de veranderingen in tijd en ruimte, en neemt het landschap in zich op. Je moet er maar tijd en zin in hebben, denkt de haastige.
De wandelaar, de schilder, fotograaf gaan van A naar B.
Alledrie genieten ze van het landschap, ze zien de baai, de rotswand, de planten, dennenappels, de dieren. Alledrie maken ze foto’s. De wandelaar wordt rustig van de omgeving en wil deze gemoedstoestand vastleggen op zijn camera op zijn telefoon. De fotograaf wikt en weegt, kijkt door zijn zoeker en maakt een afgewogen plaat, de juiste uitsnede, het detail dat hem opvalt. Het moet nú gebeuren. Hij neemt de tijd, je zal maar als wandelaar met een fotograaf mee zijn. De schilder neemt de sfeer in zich op, verzint een plan voor een schilderij of een serie en maakt foto’s om zich thuis zijn gedachten weer te kunnen herinneren. Op weg naar huis bruist het in zijn hoofd van creativiteit.
Thuis pakt de wandelaar als eerste de draad weer op en gaat over tot de orde van de dag. De foto’s is ie al vergeten, maar de glimlach blijft.
De fotograaf zoekt het juiste draadje en zet zijn foto’s op de computer, bewerkt ze, herkadert ze, past de contrasten aan, poetst een huisje weg of zet er een aantrekkelijke dame bij.  Het landschap is nog net herkenbaar in de uiteindelijke foto’s.  Waarom blijft dit beeld over van dat landschap, die herinnering? Wat wil de fotograaf vertellen? Documentair, iets met een boodschap?
De schilder gaat in zijn atelier met het landschap aan de slag, geeft er zijn interpretatie aan. Andere kleurtjes, andere achtergrond, ach, het luistert niet zo nauw met de werkelijkheid, als het gevoel, de sfeer, maar overkomt. Leuke titel. Enne, de schilder laat nooit de foto zien van zijn inspiratie.
Ik heb de boel eens omgedraaid. Waarom altijd van A naar B lopen? Ik heb de schilderijen van Manon als inspiratie gebruikt en ben gaan wandelen. Ik was toch op Terschelling en het Oerolfestival dwingt de bezoeker tot experiment. Je bent een week lang gekluisterd met enkel een all-exclusive polsbandje. Vooral veel wachten. En om je heen kijken in dit prachtige landschap.
Schilderijen die me in eerste instantie deden denken aan Ierse kusten met basaltzuilen en Noorse geërodeerde granietbergen, ook al deden de titels achterop anders vermoeden (Dennenappels XVI), blijken multi-interpretabel. In de duinen van Terschelling zag ik de beelden van Manon terug. Uiteraard die dennenappels natuurlijk, maar de structuren op doek zijn in het echie op veel plekken en manieren te zien. En wat maakt ‘t uit? Iedereen ziet er in wat ie er in wil zien. Iedereen heeft zijn eigen denkkader, zijn eigen historie, associaties. Zelfs een titel als Dennenappels XVI brengt je niet van de wijs om eigenwijs er toch iets anders in te zien.
Ook de taal is multi-interpretabel. Rijkswaterstaat heeft het altijd over van A naar Beter, terwijl je stil staat bij het werk aan de weg. Ik lees er altijd in: anaal is beter. Wil de schrijver van de verkeersborden dat overbrengen, of ben ik de enige? Ook hier gaat de fantasie met de werkelijkheid aan de loop. Het Rijk borduurt verder op het thema van A naar B. Hij wil dat de ondernemer alles kan en mag zonder ingewikkelde procedures en bezwaren. De Omgevingswet, een nog bétere Crisis en herstelwet met nog meer privileges voor bouwend Nederland. De leus luidt: Nu al – Eenvoudig Beter. We kunnen niet wachten. Het landschap schrééuwt om ontwikkeling. Wandelaar, fotograaf, schilder, geniet nu het nog kan.